Was ik onlangs bij kennissen in het noorden des lands, kreeg ik kapucijners met spekkies en mayonnaise voorgezet; een noodlottig misverstand. Weliswaar ‘t lievelingsmaaltje van wijlen mijn vrouw, maar niet bepaald het mijne. Ik lust bijna alles, maar die gortdroge, smakeloze bruine balletjes kunnen mij niet bekoren.
Binnen de kring van mijn broers en zusters woedt al decennialang de strijd over wie zo’n 65 jaar terug voor mijn moeder dat mooie, op lathyrus lijkende, bosje bloemen uit de moestuin had geplukt. Daarmee, overigens onbedoeld, de oogst van kapucijners dat jaar vrijwel tot nihil reducerend. Aangezien geen van haar kinderen van kapucijner hield, wordt dit tot op de dag van vandaag als een heldendaad aangemerkt. Ik vrees dat ik die moedige plukker niet ben geweest.
Kapucijners worden ook wel raasdonders genoemd. Raasdonders, een mooie naam voor die droge balletjes, die ook nog eens ongewenste gasvorming in de darmen op gang brengen.
Waar het in Nederland ontbreekt aan een gigantisch standbeeld voor de uitvinder van de gerookte paling, zou de ‘ontdekker’ van de gedroogde kapucijner postuum alsnog zwaar gestraft moeten worden: gevierendeeld, of beter nog, gekookt in een ketel raasdonders. Hij/zij voelt er nu toch niets meer van.
Ik heb mijn goedbedoelende gastvrouw niets laten merken en de kapucijners manhaftig weggekauwd.
René Schwab



