Ik zat in een buurtrestaurant en probeerde me te concentreren op de laatste KonkreetNieuws, maar werd al spoedig afgeleid door een bizarre conversatie aan de tafel naast mij. Er zat een zestal oudere mannen en vrouwen, die op een bepaald moment opveerden bij binnenkomst van nog een man, die kennelijk ook tot het gezelschap behoorde.
“Há die Hans”, riep een van de dames, “We hadden het net over je. Heb je nog lekker gefietst gisteren?”
“Nou, ik zal je zeggen”, was het antwoord, “je hebt het nu over de fiets. Maar, ik mag blij zijn dat ik die nog heb. Ik was hem bijna kwijt. Ik mag wel zeggen, hij was bijna gestolen!”
“Gestolen, hoe dan? Heb je de dief betrapt?”
“Nee, ’t is anders. Ik kwam gisteren thuis en werd even afgeleid door een buurman, en toen ben ik vergeten hem op slot te zetten. Voor hetzelfde geld was-ie er niet meer geweest vanmorgen. En daarom zeg ik, hij was bijna gestolen.”
Dit nieuws sloeg in als een bom.
“Nou ja, zeg, het zijn toch ook tijden. Je kan werkelijk niemand meer vertrouwen tegenwoordig”, riep een van de groep ontsteld uit, “je kan je spullen nergens meer veilig achterlaten.” En hij oogstte alom instemming. Ja, het was toch wat.
Maar ik dacht: bijna gestolen…. bijna gestolen?? Maar die fiets had toch de hele nacht buiten gestaan, niet op slot, zonder dat hij was meegenomen? Hoeveel vertrouwen kan je daar wel niet uit putten? Even kreeg ik de neiging me er tegenaan te bemoeien, maar zag er al spoedig van af, want het hek was van de dam. Het ging alleen nog maar over de talloze gevaren die vooral ouderen boven het hoofd hingen. En vooral, waarom deed niemand daar iets aan?
De bijna-dief, hij moest eens weten….
René Schwab



