Teyler, schatrijk verzamelaar en weldoener

Tussen de Beeklaan en de Noorderbeekdwarsstraat ligt de Teijlerstraat; een nieuw straatje in een oude wijk. In 2002 is de straat in het kader van stadsvernieuwing volledig herbouwd en verschenen er moderne nieuwbouwwoningen.

De Teijlerstraat is genoemd naar de Haarlemse miljonair Pieter Teyler van der Hulst (1702 – 1788). Hij werd geboren als Pieter Teyler; na de dood van zijn moeder in 1721 voegde Teyler haar familienaam Van der Hulst toe aan zijn eigen naam. Teyler kwam uit een welgestelde doopsgezinde familie. Zijn voorouders waren in de 16e eeuw om religieuze redenen verhuisd van Schotland naar Haarlem. Teylers vader werkte in de textielindustrie en ook Teyler zelf was een laken- en zijdekoopman.

Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778)
*oil on canvas
*115 x 103 cm
*1787

Verzamelaar

Teyler was een typisch vertegenwoordiger van de Verlichting. Hij had dan ook een grote belangstelling voor wetenschap en kunst. Het was de tijd van ontdekkingen, de tijd van genootschappen die natuurkunde bedreven, gedichten voordroegen en zich bekwaamden in de tekenkunst. Wetenschap en kunst waren niet langer alleen voor de elite, maar ook voor de gewone burger. Teyler was een verzamelaar van onder meer munten, prenten, boeken, fossielen en opgezette vogels. Daarnaast was hij geïnteresseerd in theologie en deed hij veel aan liefdadigheid. In 1728 trouwde hij met Helena Wijnands Verschaven. Het echtpaar kreeg geen kinderen.

Flink vermogen

Teyler was een succesvol zakenman en investeerder, maar vooral ook een groot weldoener. Tijdens zijn leven wist hij een flink vermogen te vergaren. Bij zijn dood liet hij 2 miljoen gulden na; omgerekend naar de huidige maatstaven zou dat nu neerkomen op zo’n 80 miljoen euro. In zijn testament omschreef hij precies wat er met zijn geld moest gebeuren: kunst en wetenschap moesten aangemoedigd worden, de godsdienst moest bevorderd worden en armen en wezen moesten hulp krijgen. Zijn omvangrijke erfenis was onder meer bestemd voor de kerk en voor weeshuizen. Ook werd een hofje gebouwd voor eerzame arme dames van boven de zeventig, het Teylers Hofje in Haarlem. Het hofje wordt nog altijd bewoond door vrouwen, maar de leeftijdsgrens is inmiddels vervallen. Behalve het hofje werden twee wetenschappelijke genootschappen opgericht ter bestudering van de natuur en ter verspreiding van de Verlichting.

Teylers museum

Het grootste deel van Teylers erfenis werd besteed aan een museum waarin zijn wonderlijke verzameling werd ondergebracht: fossielen, mineralen en grote natuurkundige instrumenten, maar ook schilderijen, tekeningen van onder meer Rembrandt en Michelangelo, munten en een enorme bibliotheek. Teylers Museum opende in 1784 zijn deuren. Het was het eerste museum in Nederland dat open was voor publiek: met schriftelijke toestemming, en alleen op dinsdag tussen 10 en 13 uur. Het museum, met de beroemde Ovale Zaal, is nog steeds in vrijwel originele staat te bekijken.