hanneke-schippers1

Scheidend Stadsdeeldirecteur Hanneke Schippers

“Ik ben erg ziek geweest, moest zelfs geopereerd worden. Gelukkig ben ik nu weer helemaal gezond. Tijdens mijn re-integratieperiode ben ik gaan nadenken: ga ik er nou de komende jaren voor de volle honderd procent tegenaan of gebruik ik dit moment om na ruim vijf jaar Segbroek iets heel anders te gaan doen. En dat laatste is het geworden: op het Stadhuis ga ik werken bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling als manager van een aantal projectmanagers. In juni ga ik daar al beginnen; dit gesprek is dus een goede manier om de wijk te laten weten dat ik wegga en afscheid neem van Reva.“

“Reva is een stadje op zichzelf. In ReVa is meer beweging dan in andere wijken van Segbroek: in de wijk zit een dynamiek waaruit energie komt. Dat heeft te maken met de vele nieuwe bewoners, met expats en creatievelingen. Het is een aantrekkelijke wijk geworden voor jonge starters die misschien minder te besteden hebben, maar het avontuur wel aandurven.”

De keerzijde van de potentie

“Er zit dus enorm veel potentie in de wijk, maar dat heeft ook een keerzijde. Zo is het maar de vraag of de randen van het gebied meegaan in die positieve ontwikkelingen. Nieuwe bewoners in dat deel, maar ook mensen die al lang in de wijk wonen, krijgen nog niet zoveel mee van dat nieuwe elan. Die mensen hebben onze zorg en aandacht nodig. Het ‘hip’ worden van de wijk mag niet ten koste gaan van het voorzieningenniveau. Voor veel inwoners van Reva is burenhulp en wijkzorg namelijk nog steeds erg belangrijk.

Burgerkracht en participatie

“ Het is waar, als je initiatieven vanuit de basis laat komen en je stuurt als gemeente niet te veel op het resultaat, dan ontstaan vaak hele mooie dingen. Denk maar aan het plan van de bewoners van de Regentesselaan voor de middenberm. Dat is een mooi voorbeeld van een succesvol burgerinitiatief waarbij de gemeente helpt bij de realisatie van het plan. Maar het blijft zoeken, want je zult zien dat bewoners in andere straten helemaal geen tijd hebben om zich druk te maken over de inrichting van de straat. Zij zijn te druk met hun eigen zorgen. Ik ben groot voorstander van verdergaande samenwerking tussen gemeente, inwoners en ondernemers om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren. Het is een gezamenlijke zoektocht om uit te vinden waar het kan en waar het absoluut niet kan. De onderlinge betrokkenheid binnen ReVa is groot: de wijkzorgteams, Jonker Frans en tal van andere organisaties spelen hier een belangrijke rol.”

Het einde van de bewonersorganisatie

“Ja, ik vind het nog altijd jammer dat het bestuur van BoReVa, het Bewoners Overleg Regentes-Valkenbos, en al die andere mensen die zoveel energie hebben gestoken in de wijk en zoveel van hun vrije tijd hebben gegeven, dat die uiteindelijk het niet hebben zien zitten om door te gaan. Door het afbouwen van de subsidie, wat een bestuurlijk besluit was, kon de ondersteuning niet meer op dezelfde manier plaatsvinden. Hun bestuur had daar grote moeite mee. Het lukte BoReVa niet om de wijkwinkel met meer vrijwilligers te gaan draaien.. Ze wilden de wijkwinkel graag behouden maar konden de stap naar een ander concept niet maken. Ik weet wel, soms moet iets afgebouwd worden om iets nieuws te kunnen starten, maar ook ik vind het oprecht jammer dat het zo is gelopen.”

Nieuwe manieren

“De betrokkenheid in de wijk is groot. Het is soms wel jammer dat er relatief weinig nieuwe mensen bij komen. Maar ik vind het vooral mooi dat zoveel mensen zich al zo lang voor de wijk inzetten. Belangeloos. Veel van die oudgedienden hebben het zwaar, die voelen die hele wijk op hun schouders drukken. Ik vind het wel een vraagstuk: hoe vind je nou nieuwe mensen? Want vaak is het zo dat oude organisatievormen niet passen bij jonge mensen. Jongere wijkbewoners netwerken eigentijds. Die gaan op een terrasje zitten en maken zo al pratend plannen en afspraken. Hoe kun je dat oude en dat eigentijdse aan elkaar verbinden? Dat is de opgave.

Uit onze verkenning hierover bleek laatst dat ReVa een nieuwe bewonersorganisatie niet erg belangrijk vindt, maar dat er wel behoefte is aan het faciliteren van ontmoetingen. Of het nou gaat om een projectinitiatief of een buurtcafé, dat ontmoeten vinden bewoners wezenlijk. Als gemeente zouden we dat ‘samenbrengen’ kunnen faciliteren; ik weet nog niet precies hoe, maar in die richting moeten we denken. Elke, onze nieuwe wijkmanager, gaat 100% van haar tijd aan ReVa besteden. Zij kan het gemeentelijk apparaat in beweging krijgen en zij zal de bewoners ondersteunen die iets willen in de wijk”

Wat ik achterlaat?

“Ik wens de medewerkers van het stadsdeelkantoor rust toe, stabiliteit als het gaat om personeelsbestand. Ik wens ze toe dat ze veel naar buiten kunnen, dat Elke met de voeten in de aarde haar werk kan en mag doen, dat ze in de wijk een netwerk weet op te bouwen. Ze komt van het Spui en ze kiest bewust voor het werken in de wijk. Aan de wijk bouwen, samen met de bewoners. Het zijn de mensen die er wonen die de wijk maken; wij ondersteunen waar nodig.”

En wat ik meeneem uit de wijk?

“Ik koester al die mooie gesprekken, al die vertrouwelijkheden die mensen met me deelden. Niet enkel over zaken, maar ook over wat hen beweegt, waar ze blij van worden, waar ze mee worstelen en waar ze zich zorgen om maken. Zo leerde ik de wijk en haar bewoners echt kennen. Het vertrouwen dat mensen je gaven, dat voelt, ook na vijf jaar, nog steeds als een cadeautje.”

Over Aad van Schie

Wijkbewoner en vrijwilliger.

alles door Aad van Schie »